cover
picture
coming
soon

Terug naar de Nederlandse pagina's
The China Thrillers Series
 Peter May's LATEST NEWS
BUY Peter May's China Thrillers
signed and personally inscribed
 Try Peter May's
FAVOURITE ORIENTAL RECIPES
 ALL ABOUT Peter May:
biography, background, interviews
Find out about Peter May's
Creative Writing Courses in France
 ARTICLES by Peter May
REVIEWS of Peter May's work 
 the firemaker
 the fourth sacrifice
the killing room 
 snakehead
 the runner
chinese whispers
 CONTACT Peter May
back to HOME PAGE


De Seriemoordenaar

Het nieuwe visumgebouw lag tegenover de Dongzhimenbrug
aan de tweede ringweg. Met Li Jon vastgegespt in het zitje
voor op haar stuur was het te ver voor Margaret om te fietsen.
Het leven was eenvoudiger geweest toen het visumkantoor
nog in het oorspronkelijke, bouwvallige grijze bakstenen
gebouw aan de oostkant van de Verboden Stad zat, vijf minuten
van het appartement. In plaats daarvan zat het nu in een
monstruositeit van steen, glas en staal met twee torens, en op
een niet te drukke dag duurde de taxirit 25 minuten.
Haar taxi parkeerde onder het viaduct en de chauffeur
ging, terwijl de meter liep, zijn Beijing Youth Daily zitten lezen.
Margaret worstelde ondertussen met de buggy om hem uit de
kofferbak te krijgen. Ze was in een niet al te best humeur tegen
de tijd dat ze vier rijbanen verkeer overgestoken en een draaideur
gepasseerd was, die niet wilde draaien. En aangezien de
balies op de eerste verdieping lagen, was er ook nog de roltrap,
wat nooit makkelijk was met de buggy.
Het was druk in de hal die ochtend, met rijen voor alle
balies en harde stemmen die van marmeren vloeren en muren
echoden. Margaret stond tien minuten in de rij voor haar aanvraagformulier
en liep vervolgens naar de rij tafels. Ze ging
zitten en vulde het in. Li Jon werkte niet mee. Ze had hem
voor ze vertrok gevoed en verschoond, maar hij had ergens
last van en was de hele ochtend al dwars en zeurderig. Ze
hield zielsveel van hem, maar ze had moeite met die periodes
waarin hij onverklaarbaar chagrijnig was. Ze wist zeker dat ze
ooit een intelligent gesprek met hem zou kunnen voeren over
wat hem scheelde. Maar tot die tijd bleef het een kwestie van
raden. Darmkrampjes, tanden, buikpijn, honger, vieze luier.
Het kon van alles zijn. Ze klemde haar tanden op elkaar en
vulde haar formulier in.
Vandaag stond er een ongewoon lange rij voor de balie
Buitenland en ze moest bijna twintig minuten wachten eer ze
aan de beurt was, terwijl ze zich pijnlijk bewust was van de
meter in haar taxi, die elke seconde doortikte. Een ijzige, jonge
vrouw in een keurig geperst zwart politie-uniform, met haar
dat strak vanuit een pokdalig gezicht naar achter gekamd
was, vroeg om Margarets paspoort. Ze bestudeerde dat lange
tijd nauwkeurig en richtte haar aandacht toen op Margarets
aanvraag voor de verlenging van haar visum met een halfjaar.
Margaret wachtte ongeduldig, terwijl Li Jon nog steeds in de
buggy naast haar zat te klagen. Ten slotte gaf het meisje Margaret
haar formulier terug en wees met haar pen. ‘Nee,’ zei ze
vinnig. ‘Jij vul adres in hier.’
Margaret fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik heb mijn adres
ingevuld.’ Maar haar hart bonsde. Het adres dat ze ingevuld
had, was haar officiële adres in het appartementencomplex
voor stafleden van de Volksuniversiteit van Openbare Veiligheid
– een appartement waar ze al bijna een jaar niet meer
woonde.
‘Nee,’ blafte de visumagente weer. ‘Jij vul in verkeerde
plaats.’
Margaret keek weer naar het formulier en zag dat ze in
haar haast haar adres per ongeluk in de ruimte voor een vorig
adres ingevuld had. ‘Verdomme,’ mompelde ze. Ze streepte
het door en begon het in het juiste vakje te schrijven. Maar de
visumagente trok het formulier onder haar pen vandaan en
begon het te verscheuren.
‘Nee, nee, nee. Jij vul in nieuwe formulier.’
Margaret keek haar kwaad aan. Ze kon haar woede nauwelijks
bedwingen, of de bijtende opmerking voor zich houden
die op het puntje van haar tong lag. Het nieuwe China
werd nog steeds door de bureaucratie van het oude achtervolgd,
en de bureaucraten waren nog even onverzettelijk.
‘Zou je me dan een ander formulier kunnen geven, alsjeblieft?’
zei ze met op elkaar geklemde tanden.
‘Formulieren bij die balie,’ zei de visumagente en ze wees
naar de overkant van de hal, waar Margaret eerder in de rij
gestaan had. ‘Volgende.’ En de volgende in de rij probeerde
zich langs haar te wringen. Een grote, dikke, kalende Amerikaan
in een zakenpak.
Maar Margaret hield voet bij stuk. ‘Nee, ho even! Ik heb
voor een formulier in de rij gestaan. Ik heb het ingevuld. Jij
hebt het verscheurd. Ik wil dat jij me een ander formulier
geeft, en dan vul ik het hier in.’ Ze keek naar de rij weinig
meelevende gezichten achter zich. ‘En deze mensen kunnen
wachten.’
Maar de visumagente schudde haar hoofd en schoof Margarets
paspoort terug. ‘Geen formulier hier,’ zei ze.
‘In godsnaam, mens, haal een formulier,’ zei de dikke
Amerikaan. ‘Accepteer het nu maar, dit is China.’
Li Jon begon te huilen, alsof hij haar spanning voelde.
Margaret voelde haar bloeddruk omhoogschieten. Ze greep
de handvatten van de buggy, draaide de buggy om en reed
ermee naar de overkant. Ze had de pest in vanwege haar
nederlaag. Een kwartier later stond ze weer voor de balie Buitenland.
Ze schoof het zojuist ingevulde formulier over de
balie naar de uitdrukkingsloze visumagente, die niet liet blijken
dat ze zich iets van hun vorige ontmoeting herinnerde.
‘Paspoort,’ zei ze. Margaret gooide dat bijna naar haar toe.
Hoewel ze dat een kwartier geleden nog bekeken had, deed ze
dat nog eens uiterst secuur, alsof het voor het eerst was. Toen
bekeek ze het formulier, gedeelte voor gedeelte, uiterst nauwkeurig.
Margaret stond onbewogen toe te kijken, terwijl de
agente achter de balie gegevens in haar computer invoerde. Ze
stempelde het formulier vervolgens verscheidene keren en
schoof samen met het paspoort een ontvangstbewijs over de
balie. ‘Visum daar,’ zei ze, terwijl ze naar een jongeman in een
uniform wees, die verderop aan dezelfde balie zat. Alle mensen
die achter Margaret in de rij voor een visumaanvraag
gestaan hadden, stonden nu voor haar in de rij waar de visa
verstrekt werden.
Margaret leunde over de balie en zei: ‘Kippenpoten.’
De visumagente keek haar verbaasd aan. ‘Pardon?’
‘Iemand vertelde me eens dat die goed zijn voor de huid.
Je zou ze eens moeten proberen.’ Ze duwde Li Jon, die nog
steeds huilde, naar de andere rij. Het was kleinzielig, kinderachtig
zelfs, maar Margaret voelde zich er ietsepietsie beter
door.
Maar terwijl ze in de volgende rij stond, zag ze mejuffrouw
Kippenpoten met de slechte huid langs de balie lopen.
Ze fluisterde iets in het oor van de afgifteagent, een jongeman
die opkeek en snel zijn ogen langs de rij liet gaan. Zijn blik
bleef even op Margaret rusten. Hij knikte toen en richtte zich
weer op zijn computer. Het meisje ging naar haar plaats terug.
Margaret begon zich ongerust te maken. Toen ze eindelijk
vooraan stond, keek de afgifteagent niet eens op. Hij pakte het
ontvangstbewijs en haar paspoort aan, en zijn toetsenbord
rammelde toen hij de gegevens invoerde. Hij pakte een dun
velletje officieel papier uit het bakje, krabbelde daar iets op,
stempelde het toen met rode inkt en schoof dat over de balie
terug. ‘Kom terug over twee dagen voor paspoort,’ zei hij.
‘Wat?’ Margaret kon haar oren niet geloven.
‘Twee dagen,’ zei de afgifteagent. ‘Volgende.’
‘Ik heb nog nooit mijn paspoort hoeven achterlaten,’ zei
Margaret.
De man keek haar nu pas aan. Zijn gezicht stond kil en
onbewogen. ‘Jij wil visum, jij kom terug over twee dagen.
Oké?’ En hij pakte het paspoort reeds van de volgende in de
rij.
Margaret wist dat ze verslagen was. Ze keek de balie
langs en zag mejuffrouw Kippenpoten zelfgenoegzaam
lachen.

Bezoek CRIMEZONE.NL. Koop hier het boek en lees er meer overcrimezone
Top



© Peter May 2004