slangenkop
Terug naar de Nederlandse pagina's
The China Thrillers Series
 Peter May's LATEST NEWS
BUY Peter May's China Thrillers
signed and personally inscribed
 Try Peter May's
FAVOURITE ORIENTAL RECIPES
 ALL ABOUT Peter May:
biography, background, interviews
Find out about Peter May's
Creative Writing Courses in France
 ARTICLES by Peter May
REVIEWS of Peter May's work 
 the firemaker
 the fourth sacrifice
the killing room 
 snakehead
 the runner
chinese whispers
 CONTACT Peter May
back to HOME PAGE


De Slangenkop

Li werd door Fuller afgehaald van het vliegveld Houston Hobby. Het was voor het eerst dat hij de FBI-agent ontmoette, hoewel ze elkaar over de telefoon gesproken hadden. En hij was voor het eerst in Texas, alhoewel hij al bijna een jaar in de Verenigde Staten was. In de aankomsthal gaven ze elkaar hartelijk een hand en samen gingen ze naar buiten naar de parkeerplaats voor kort parkeren, waar Fuller zijn Chrysler-jeep achtergelaten had.
    ‘Li Yan,’ zei hij, alsof hij de naam proefde. ‘Ik heb gehoord dat jullie achternaam eerst komt.’
    ‘Dat klopt,’ zei Li.
    ‘Dus dan zou je... eh... meneer Li of agent Li zijn, of zo?’
    ‘Gewoon “Li” is prima.’
    ‘Oké. Maar als ik je bij je voornaam wil noemen, zeg ik dan Yan?’
    ‘Als je familiair wilt zijn,’ zei Li, ‘dan zou je me Li Yan noemen.’
    ‘O, juist.’ Fuller keek hem aan. ‘Je Engels is behoorlijk goed.’
    Li wist niet meer hoe vaak dat tegen hem gezegd was, alsof het zo uitzonderlijk was dat een Chinees net zo goed Engels kon spreken als een Amerikaan. Maar het was zijn werk de betrekkingen tussen Amerikaanse en Chinese opsporingsinstanties te bevorderen en daarom bleef hij beleefd. ‘Mijn oom heeft het me geleerd toen ik klein was,’ zei hij. ‘En daarna was ik voor de overdracht een tijd bij de Britse politie in Hongkong. Ik ben ook een tijdje in Chicago geweest, waar ik enkele interessante, nieuwe woorden geleerd heb.’
    ‘Zoals?’ vroeg Fuller.
    ‘Zoals motherfucker en shithead.’
    ‘Hé!’ lachte Fuller. ‘Je klinkt bijna als een autochtoon.’
    Li had langgeleden geleerd dat mensen het leuk vonden als je in hun taal kon vloeken.
    Via een netwerk van wegen die door een woud van reclameborden voerden, kwam Fuller op Highway 45, waar ze afsloegen naar het zuiden voor de korte rit naar het vliegveld Ellington. ‘Zo...,’ zei hij, ‘liaison-officier. Wat houdt dat precies in?’
    ‘Precies wat het zegt,’ zei Li. ‘Ik sla een brug tussen de strafrechtorganisaties van onze beide landen. Bij elk lopend Amerikaans onderzoek met mogelijke Chinese betrokkenheid, ben ik beschikbaar om te helpen. Drugs, mensensmokkel, computerfraude, dat soort zaken.’
    ‘Vermoedelijk,’ zei Fuller, ‘heb je je handen waarschijnlijk alleen al vol aan het bijhouden van het aantal opsporingsinstanties dat we hier in de Verenigde Staten hebben.’
    Li veroorloofde zich flauwtjes te glimlachen. ‘Als ik met hooggeplaatste Chinese politieambtenaren naar de Verenigde Staten ga om hooggeplaatste Amerikaanse politieambtenaren te ontmoeten, zijn de Chinezen in de minderheid met ongeveer tien tegen één. De Chinezen begrijpen maar niet waarom jullie zoveel instanties nodig hebben: het ministerie van Justitie, de FBI, de INS, het DEA, de geheime dienst, het NSA... Als jullie naar mijn land komen, kunnen jullie voor alles in één winkel terecht.’
    Fuller schoot in de lach. ‘Leuk gevoel voor humor heb je, Li.’
    Li zei met een effen gezicht: ‘Was ik grappig dan?’ Hij wist wel dat hij dat was, maar Fuller begon nu te twijfelen. Daarom veranderde hij van onderwerp.
    ‘Je weet wat hier in Houston gaande is?’
    ‘Er zijn 98 dode Chinezen in een vrachtwagen gevonden. Bijna zeker renshe, illegale immigranten. De lijkschouwingen beginnen vandaag.’
    ‘Ren... wat? Hoe noem je ze?’
    ‘Renshe. Menselijke slangen. Zo noemen we gesmokkelde Chinezen, vanwege hun vermogen langs scherpe grenscontroles te glibberen.’
    De FBI-man knikte. ‘Juist.’ Hij zweeg even. ‘Het punt is, Li, dit begint gênant te worden.’ Fuller wierp hem een behoedzame blik toe. ‘Het is niet mijn werk in te gaan op de politiek van dit alles, maar in Washington zijn ze niet blij met het aantal incidenten waarbij Chinese illegalen – renshe – dood aangetroffen worden op boten in Amerikaanse wateren en in vrachtwagens op Amerikaanse bodem. Het aantal blijft maar toenemen sinds bijna tien jaar geleden al die mensen stierven, toen het Gouden Avontuur voor New York zonk. Jullie werden verondersteld er iets aan te doen. Maar de aantallen blijven alleen maar toenemen.’
    ‘Er wordt in China een geweldige campagne tegen illegale immigratie gevoerd,’ zei Li zonder een spoor van verdediging. ‘Zodra we de kleine slangenkoppen arresteren, nemen andere hun plaats in. Het zijn de grote slangenkoppen, degenen die de transporten financieren, die we moeten grijpen. Zoals Grote Zuster Ping in New York. Je kunt de slang niet doden zonder eerst de kop er af te hakken.’
    ‘En hoe zouden we dat volgens jou moeten doen?’
    ‘De meeste Chinese immigranten komen tegenwoordig via Mexico Amerika binnen,’ zei Li. ‘Houston is het centrum. Van daaruit verspreiden ze zich over de rest van het land. Aangezien we de geldstroom vanuit New York afgesneden hebben, kunnen we wel veronderstellen dat de operatie nu van hieruit gefinancierd wordt.’
    ‘Daar veronderstel je nogal wat.’
    ‘Het is een begin,’ zei Li.
    Aan weerszijden van de snelweg stond een woud van eenpalige reclameborden, waarop voor van alles en nog wat geadverteerd werd, van 18+-films en massagehuizen tot tweedehands auto’s en ijs. Boven uitgestrekte bedrijven voor tweedehands auto’s wapperden massa’s kleine vlaggetjes en in wat houten hutten leken, verkochten initiatiefrijke mensen gereedschap. Ze verlieten de snelweg en sloegen af naar het oosten. De opkomende zon scheen nu pal in hun gezicht. Fuller deed zijn zonneklep naar beneden en zette een donkere, fraai gestroomlijnde Oakley-sportbril op, die hem een enigszins sinister uiterlijk gaf. Hij keek Li grijnzend aan. ‘Tegenwoordig zowat verplicht voor iedere zichzelf respecterende FBI-agent. Nogal ondoorgrondelijk, hè?’ En toen herinnerde hij zich dat ze dat altijd van de Chinezen zeiden. ‘Eh... dat was niet beledigend bedoeld,’ voegde hij er snel aan toe.
    Li glimlachte bij zichzelf. ‘Zo had ik het ook niet opgevat.’
    ‘Daar ongeveer,’ zei Fuller. De weg voerde hen tussen kleine groepjes huizen van één verdieping door, langs groene gesproeide gazons en groepjes schaduwrijke bomen. Links adverteerde Pete’s BBQ House met als specialiteit gekookte rivierkreeft. ‘Je zult kennismaken met INS-agent Hrycyk. Het is een oen, maar jammer genoeg zullen we met hem moeten samenwerken. Hij... eh...’ Fuller wierp een zenuwachtige blik op Li, ‘... is niet zo dol op Chinezen.’
    Li haalde zijn schouders op. ‘Ik ben hier lang genoeg, agent Fuller, om te weten dat veel mensen niet erg dol op Chinezen zijn.’
    Fuller knikte gegeneerd, blij dat hij zich achter zijn zonnebril verschuilen kon. ‘Je zult ook de hoofdlijkschouwer ontmoeten. Aantrekkelijk genoeg, maar ik denk niet dat iemand van ons haar erg aardig zal vinden. Het is een keiharde, dr. Margaret Campbell.’
    Het was net of zijn ingewanden ergens achter Li op de weg lagen, en zijn hart bonsde zo luid dat Fuller het vast moest kunnen horen. Maar afgezien van wat kleur op zijn hoge, brede jukbeenderen verried zijn gezicht niets.

Bezoek CRIMEZONE.NL. Koop hier het boek en lees er meer overcrimezone
Top



© Peter May 2004